Ga naar inhoud

Flevoland is geen provincie die afwacht. De grond is jong en er is ruimte om dingen neer te zetten die elders niet passen. Dat trekt ondernemers die iets willen bouwen, en onderzoekers die iets willen bewijzen. Maar ruimte alleen is niet genoeg. Wat Flevoland onderscheidt is de samenwerking binnen de hele regio: bedrijven, onderwijs en onderzoek die elkaar opzoeken, kennis delen en samen verder komen dan elk voor zich ooit zou kunnen.

Twee clusters zijn daar de motor van. Agrofoodcluster verbindt de open teelt, van pootaardappeltelers en machinebouwers tot onderzoeksinstellingen en overheden. Innovatiecluster Noordoostpolder (ICNOP) doet hetzelfde voor de maakindustrie, waar staalbouwers, precisiebewerkers en onderwijsinstellingen samen werken aan de industrie van morgen. Samen versterken ze een ecosysteem dat de hele regio vooruit helpt.

Uitdagingen in de polder

De uitdagingen zijn er ook. Kosten stijgen: alleen al het afgelopen jaar gingen de CAO-lonen met zo'n 30% omhoog, en elke euro die er aan de voorkant bij komt, moet ergens aan de achterkant worden terugverdiend. Bovendien wil de moderne consument weten wat hij koopt, waar het vandaan komt en hoe het geproduceerd is. Dat dwingt telers en producenten om hun aanbod steeds nauwkeuriger af te stemmen op wat de markt vraagt. En in de maakindustrie speelt een ander probleem: hoe houd je het bij met technologische ontwikkelingen die steeds sneller gaan, en hoe trek je jongeren aan voor een sector die ze nog nauwelijks kennen?

De clusters geven daar antwoord op door uitdagingen samen aan te pakken. Robots nemen repetitieve processen op de fabrieksvloer over, en drones monitoren akkers nauwkeuriger dan ooit. Innovatie en een vooruitstrevende blik zitten in het DNA van Flevoland, aldus Sjoerd Keijser, directeur van het ICNOP.

Een ecosysteem in de praktijk

Vijftig bedrijven in de open teelt delen via Agrofoodcluster niet alleen contacten maar ook innovaties, van precisielandbouw tot slimme datasystemen die telers helpen om gerichter te sturen op kwaliteit. Samen zijn Groningen, Friesland en Flevoland goed voor bijna 60% van het totale Nederlandse pootaardappelareaal, zo'n 28.000 hectare; een uniek groot agrarisch gebied dat met de juiste aansturing een internationaal voorbeeld kan worden. En Agrofoodcluster bouwt daarop voort: banden met buitenlandse delegaties zorgen ervoor dat de innovaties van het cluster hun weg vinden naar de internationale markt, waardoor de regio mee kan spelen op wereldniveau.

Aan de andere kant doet ICNOP hetzelfde voor de maakindustrie. Via het Smart Industry-programma brengt het cluster de nieuwste ontwikkelingen in robotica en automatisering naar de aangesloten bedrijven, kennis die niet binnen de regio blijft maar zijn weg vindt naar uiteenlopende sectoren, zoals defensie. Hierbij wordt ook steeds duidelijker dat de twee clusters onderling de samenwerking ook gevonden hebben.

Werken en leren in Flevoland

Het is dan ook geen wonder dat steeds meer jongeren hun weg naar Flevoland weten te vinden. De Technohub Noordoostpolder laat zien hoe dat werkt: sinds 2021 werken bedrijven uit de metaal- en agrarische sector, onderwijsinstellingen, Agrofoodcluster en ICNOP samen aan een plek waar studenten en medewerkers de ruimte krijgen om te experimenteren met nieuwe technologieën, van cobot-robotarmen tot AI. Wie hier leert, doet dat direct in de context van de regio waar je ook wil werken, en voor veel studenten is de stap naar een baan in diezelfde regio dan ook klein.

Veel bedrijven hier zijn ook familiebedrijven, waar de eigenaarschap nog echt in het bedrijf zit. Dat is erg aantrekkelijk voor de jonge starter die nog zijn eigen weg aan het uitstippelen is: je bijdrage is zichtbaar, je wordt gezien en gehoord, en je hebt de ruimte om te groeien. Dat soort betrokkenheid inspireert, en trekt uiteindelijk mensen aan die iets willen opbouwen.

Al 40 jaar maakt Flevoland toekomst

Flevoland bestaat pas veertig jaar, maar laat je niet misleiden door die jonge leeftijd. Sterker nog, het is precies dat wat de regio drijft: de ruimte om te bouwen, uit te vinden en te vernieuwen zonder de last van hoe het altijd al ging. En de ambitie is er ook om meer te doen: zwaarder inzetten op wat de regio sterk maakt en actief de kennis aantrekken die nog ontbreekt.

Bedrijven en gebied weten waar ze willen staan, en investeren daar ook in. Dat zie je terug in de technologie die op het land wordt ingezet, in initiatieven als de Technohub, Innovally en het Mobiliteit en Infrastructuur Test Centrum (MITC), en in de manier waarop kennis hier wordt gedeeld.

Flevoland schrijft zijn eigen verhaal, Flevoland maakt toekomst.