Ga naar inhoud

Het verhaal van de havenmeesterwoning van Jan en Leny Ras

Jan en Leny Ras wonen in de oude havenmeesterwoning op Urk. Of beter gezegd: de nieuwe versie ervan. Het originele pand werd jaren geleden gesloopt en opnieuw gebouwd in dezelfde stijl. Jan (60) en Leny (58) hebben uitzicht over het water, de Ketelbrug en het leven in de haven. ‘Regelmatig denken we: je zal er maar wonen.’

Opvallend huis

De havenmeesterwoning is een opvallend huis op Urk. Tussen alle puntgevels en vissershuisjes staat daar een jaren ’30-woning. ‘In die tijd moet het enorm uit de toon zijn gevallen,’ zegt Leny. ‘Een stadshuis op een eiland… dat was nogal wat.’ Veel Urkers kennen het huis door Jan van Urk, de voormalige havenmeester die er met zijn gezin woonde. Hij werkte jarenlang op de haven en wist precies wat er rondom de woning gebeurde. Nadat hij vertrok, verloor het pand zijn functie en raakte het langzaam in verval. ‘Toen wij er voor het eerst binnenkwamen, zag het eruit als een krakerswoning,’ zegt Leny. ‘Er stond een vuurkorf midden in de ruimte, er lag overal afval en de muren waren bedekt met een laag roet.’  

Verstopplek

Het was de gemeente die uiteindelijk besloot dat er iets met de plek moest gebeuren. Een projectontwikkelaar kocht de grond, maar de plannen gingen niet door. Twee jaar later kwam de locatie opnieuw op de markt, dit keer als bouwkavel met de opdracht het huis in oude stijl terug te brengen. De gemeente wilde de historische werf zoveel mogelijk intact laten. Jan en Leny doen samen met de broer van Jan, die later hun buurman wordt, een bod. 

‘Er was maar één andere gegadigde,’ vertelt Jan. ‘Ik denk dat de meesten het niet aandurfden.’ Het bod van Jan, Leny en de broer van Jan werd geaccepteerd. Voormalig bewoner Jan van Urk kende elke hoek van het huis en had bijzondere verhalen. ‘Hij vertelde ons over een verborgen ruimte die zijn dochter ooit had ontdekt,’ zegt Leny. ‘Een piepklein hok achter een luik, nauwelijks groot genoeg om in te zitten. Toch zaten er in de oorlog geallieerde piloten verstopt. Toen beseften we nog meer wat een bijzonder huis dit is.’  

Tien paar ogen

De gemeente wilde dat de nieuwe woning sterk leek op het originele pand. Dat betekende dat elke tekening, kleur en materiaalkeuze nauwkeurig werd gecontroleerd. ‘Er gingen tien paar ogen overheen voordat iets werd goedgekeurd,’ zegt Jan. ‘Alleen de twee balkons zijn modern. In de jaren ’30 zat er niemand buiten.’ Ook vanwege archeologie waren er strenge regels. ‘We mochten niet heien,’ vertelt Leny. ‘Alles moest met schroefpalen en het zand dat omhoogkwam moest worden onderzocht. Als ze iets hadden gevonden, hadden we de bouw moeten stoppen. Gelukkig ging alles goed.’

Details die erbij horen

Inmiddels staat er een woning die weer helemaal bij de plek past. De kenmerkende bakstenen muur rondom het huis is opnieuw opgebouwd, net als de hoge vlaggenmast en de reddingsboei aan de gevel. ‘Dat soort details horen erbij,’ zegt Jan. Het huis heeft rondom ramen, waardoor het zelfs op donkere dagen licht aanvoelt. ‘En door het warmte-terugwinsysteem en de speciale ventilatie is het overal dezelfde temperatuur,’ vertelt Leny. ‘Dat is zó prettig wonen.’ 

Verliefd op de haven

De plek voelt voor Jan en Leny nog steeds als een cadeautje. Beiden groeiden op in vissersfamilies en kregen als tieners verkering tijdens een rondje over de haven. ‘Als een jongen vroeg: zullen we een rondje lopen, dan wist je wel hoe laat het was,’ lacht Leny. Tijdens zo’n rondje zei Jan ooit: “Dat huis… dáár wil ik later wonen.” 
‘Toen moest ik erom lachen,’ zegt Leny. ‘Niet wetende dat het jaren later daadwerkelijk ons huis zou worden.’  

’s Avonds maken ze vaak nog een rondje over de haven, net als vroeger. En steevast blijven ze even staan om naar hun eigen huis te kijken. ‘Dan zeggen we tegen elkaar: je zal er maar wonen.’ Jan glimlacht: ‘En dan denk ik: ja… dat doen we.’